
Gemeente Oldebroek hoeft geen schadevergoeding te betalen voor perceel grond in ‘t Loo
23 januari 2025 om 16:36 RechtbankDe gemeente Oldebroek hoeft definitief geen schadevergoeding te betalen aan de erven van een inwoner van ’t Loo die tot haar overlijden in november 2018 eigenaar was van een perceel grond.
Wijnand Kooijmans
De schadevergoeding werd gevraagd voor het afgeven van een vergunning om een bestaand gebouw te mogen gebruiken als groepsaccommodatie. De gemeente Oldebroek wees het verzoek af en werd daarin in het gelijk gesteld door de rechtbank Gelderland. Nu heeft ook de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat de geëiste schadevergoeding rechtmatig is geweigerd.
De erven zijn van mening dat het afgeven van de vergunning heeft geleid tot de waardevermindering van het perceel dat zij door de erfenis in bezit hebben gekregen. Door de gemeente werd advies ingewonnen bij een onafhankelijk bureau dat tot de slotsom kwam dat er geen sprake was van een nadeliger planologische situatie en er daarom geen sprake is van een waardevermindering van het betreffende perceel.
Door de erven is er op gewezen dat zij bij de Raad van State nog een beroepsprocedure hebben lopen tegen de afgegeven vergunning. Indien de schadevergoeding wordt toegewezen willen zij deze intrekken. De betreffende Afdeling komt tot de conclusie dat de planschade 8 september 2020 is ingediend. Op dat moment was er geen beroep ingesteld tegen de al in september 2015 verleende vergunning. Deze is daarmee, zo wordt geoordeeld, onherroepelijk.
De Afdeling Bestuursrechtspraak deelt de mening van de rechtbank dat de erven onvoldoende hebben aangetoond dat er stukken ontbraken en waarom deze relevant zouden zijn voor het opstellen van het advies door het onafhankelijke bureau. Het college van burgemeester en wethouders van Oldebroek heeft niet gehandeld in strijd met de vereiste zorgvuldigheid, zo luidt het oordeel.
Door de erven is ook ingebracht dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat er in de groepsaccommodatie ruimte is voor ten hoogste 35 personen. Terwijl volgens hen vergunning is verleend voor 150 tot 160 personen en zelfs geadverteerd wordt dat groepen van meer dan tweehonderd personen er terecht kunnen.
De Afdeling van de Raad van State deelt deze mening niet. Zij is van oordeel dat de vergunning geldt voor maximaal 3 slaapplaatsen. Volgens hen is er sprake van een onjuiste lezing van de vergunning door de erven.
Ook wordt niet meegegaan in het bezwaar dat de groepsaccommodatie leidt tot een verzwaarde recreatiedruk waarbij de recreanten van het gehele buitenterrein gebruik kunnen maken. Zij vrezen voor geluidsoverlast en aantasting van het uitzicht. Het gebruik van het buitenterrein was al toegestaan op basis van het geldende bestemmingsplan. Ook de kritiek op de toename van de parkeerdruk wordt niet gedeeld door de Afdeling Bestuursrechtspraak.
Dat geldt ook voor de kritiek van de erven dat de verleende vergunning een negatief effect heeft op de omliggende Natura 2000 gebieden. De gemeente wordt in het gelijk gesteld als het gaat om hun standpunt dat de nieuwe situatie geen invloed heeft op de betreffende gebieden. Dat maakt dat het beroep in totaliteit ongegrond wordt verklaard.










