
Zonder passie bevolking raakt Veluws dialect verloren
25 juni 2024 om 15:45 MaatschappelijkAls er een balletje is dat moet uitrollen naar het behoud van de Veluwse streektaal, dan ligt dat op het bord van historische verenigingen en dialectorganisaties. Eventueel met steun van het Erfgoedcentrum voor Achterhoek en Liemers (ECAL), dat de vleugels uit slaat naar deze regio.
Dick van der Veen
Dit is de conclusie van Susanne Braamburg uit ‘t Harde in haar academisch onderzoek met de lading van een wake up call. “Ik ben tijdens mijn onderzoek aangenaam verrast door het enthousiasme waarmee jongeren in de Achterhoek er mee bezig zijn. Dat geldt ook voor Groningen en Drenthe. ECAL lanceert mooie initiatieven. Bijvoorbeeld de uitgave van de Wiesneus, aan brochure op basisscholen. Daarvoor is op de Veluwe nog maar beperkte interesse. Wanneer het onderwijs in de regio zich hiervoor wat meer open stelt zou dat al veel uitmaken. Je bereikt dan jonge mensen die de neerwaartse spiraal kunnen doorbreken. Hier speelt een wezenlijk verschil met andere Nedersaksische streken. Dat momentum op de scholen, in de bibliotheken en wekelijkse columns in de kranten hebben we nodig. Wat dat betreft is er werk aan de winkel voor de genoemde historische verenigingen en dialectkringen. Het is zo jammer dat een dialectgroep in Apeldoorn niet meer functioneert. Dat geldt ook voor Loenen en omgeving. In Nunspeet bij de Heemkundige Vereniging is de werkgroep dialect niet meer actief. In Oldebroek, Epe en Heerde wordt juist flink aan de weg getimmerd. Ik krijg wel het verwijt te horen dat ik de omgeving van Eerbeek, Beekbergen, Loenen en Klarenbeek niet in mijn onderzoek heb betrokken. Daar zou de streektaal nog veel meer leven en ook meer aansluiten op het Achterhoek gevoel. Misschien dat ik ooit nog de tijd kan vinden om kwantitatief aan de slag te gaan.”
Er zijn wellicht andere wegen om het verdwijnen van de streektaal te voorkomen?
“Ook in de pessimistische versie zal dat in de komende zestig jaar ook niet het geval zijn. Ik zou zeggen: begin in ieder geval met documenteren. Verzamel verhalen. In Oldebroek, Epe en Heerde hebben ze daar via een zogenaamde schriefwedstried al een begin mee gemaakt. Kom op, slinger het de wereld in, scherp het bewustzijn aan dat het nu of nooit is. Interview je opa of oma, sla het op. De trots op de streektaal mag best wat aanwakkeren. Vergeet niet dat het dialect er al veel langer is dan het Nederlands, wat gekunsteld tot stand is gekomen. De Veluwe heeft zich wellicht te gemakkelijk iets negatiefs laten aanleunen waarvan generaties spijt zullen voelen. Wat ik wel merk is dat er bij de jongeren van nu een zekere mate van nieuwsgierigheid is naar dat streektaal die grootouders spreken. Dat biedt aanknopingspunten. Het Nedersaksisch is geen standaardtaal, kent alleen in Drenthe al zeven varianten. De gevechten om een uniforme schijfwijze woeden in volle hevigheid. Lex Schaars van het Staring Instituut speelt hierin een voorname rol. Maar je hebt te maken met de regionale identiteit.”
En met een verzuchting. “Moet ík, die de streektaal niet spreekt, dan het voorfront vormen? Maar ja, ik vraag me af wie het anders gaat doen!”










