
Eerste academisch onderzoek naar vraag of Veluwse streektaal nog te redden is
16 juni 2024 om 06:00 AlgemeenIs het wat betreft het overleven van de streektaal op de Veluwe vijf voor of vijf over twaalf? De hoogste tijd voor een wake up call. Zo kun je het eerste academische onderzoek duiden dat Susanne Braamburg uit ’t Harde deed naar de vraag met betrekking tot de perceptie van Veluwenaren: hoeveel waarde hechten ze aan het dialect en wat is er nodig om het voor de toekomst veilig te stellen.
Dick van der Veen
Het bevestigt het heersende beeld dat de inspanningen voor het behoud op de Veluwe een stuk minder zijn dan in andere delen van het Nedersaksisch taalgebied. In een tweeluik wordt duidelijk dat het voortbestaan aan een iel draadje hangt.
Susanne studeerde aan de Rijksuniversiteit Groningen Europese taal en cultuur. “Dat is een brede opleiding waarin je ook kennis opdoet omtrent politiek, literatuur wetenschappen, vertalen en journalistieke vaardigheden. Ik heb voor mijn bachelor de stevenen naar Italië gericht en daar een half jaar gewoond. In eerste instantie wilde ik voor mijn master doorgaan met Italië, maar toen mijn vader plotseling in september 2023 kwam te overlijden durfde ik dat niet meer. Aangespoord door medestudenten heb ik gekozen voor een regionale minderheidstaal, het Nedersaksisch. Twee medestudenten deden dat voor Groningen en Salland, ik voor de Veluwe. Een sociolinguïstisch onderzoek dat niet eerder plaats vond.”
Hoe heb je dat aangepakt?
“Ik spreek het dialect zelf niet. Heb me in 2,5 week helemaal volgepropt met kennis uit boeken en geschriften. Je hebt op de Veluwe geen centrum voor taal en cultuur, zoals het Erfgoedcentrum voor Achterhoek en Liemers (ECAL). Ik zit in een academische bubbel en heb me bij het ECAL aangemeld voor een stage. Daar leerde ik de praktische kant van het verhaal: je laten zien, insteken op onderwijs. De mediakanalen benutten.
Het werd geen kwantitatief onderzoek naar bijvoorbeeld de vraag hoeveel mensen in een bepaalde gemeente nog dialect spreken. Ik ben de diepte ingegaan, heb zestien gesprekken gevoerd om de diepe lagen te ontdekken, verdeeld over de Oost- en de West Veluwe, mannen en vrouwen.”
Als je zelf de streektaal niet beheerst is dat toch een beperking?
“Dat is inderdaad de allergrootste beperking. Misschien heb ik daardoor minder betrouwbare informatie gekregen. Als je Portugees wilt leren, stort je je op boeken, koop je cd’s en na drie maanden spreek je de taal een beetje. Voor het Nedersaksisch is dat niet mogelijk.Ik wil dus ook benadrukken dat het geen representatief onderzoek is.
Het bleek dat van de ondervraagden niemand in een omgeving met zuiver dialect sprekende mensen verkeerde. De uitkomsten vertonen overeenkomsten met die welke van toepassing zijn op andere minderheidstalen, zoals de Egyptische minderheid in Griekenland.”
Waardoor is het Veluws zo weggezakt?
“Dat is een proces dat zich vooral na de Tweede Wereldoorlog heeft voltrokken. De Veluwe ligt aan de rand van het Nedersaksisch taalgebied. Een streek met de nadruk op natuur, ietwat geïsoleerd met unieke spraakkenmerken. Het werd in de vijftiger en zestiger jaren opengebroken met snel- en spoorwegen. De hang naar de Veluwe vanuit de Randstad was onmiskenbaar.
Dat heeft ertoe geleid dat deze regio veel sneller is vernederlandst dan de Achterhoek of Groningen. De inwoners lieten zich aanleunen dat het Nederlands beter klinkt dan de taal die zij spraken en gaven het niet meer door, Op de West- Veluwe zette de verwatering nog eerder en intensiever door dan op de Oost-Veluwe.
Een uitzondering hierop is een orthodox-protestants dorp als Elspeet waar de ouders de taal zijn blijven doorgeven. Een conservatieve bevolking die resistent bleek tegen import. Daar zou ik graag nog eens wat dieper in willen duiken.
Ik heb 3,5 jaar in een supermarkt gewerkt op ’t Harde waar niet meer dan twee mensen van mijn leeftijd in de puberale sfeer plat praatten. Ik heb het zelf niet geleerd. In het hypothetische geval dat ik kinderen zou krijgen kan ik ze de taal niet doorgeven.”
Er klinken geluiden op van ouderen die het als een te pessimistische uitkomst ervaren
“Dat snap ik.Iedereen leeft in zijn of haar bubbel. De leden van dialectkringen zijn zeventig jaar of ouder. Ze hebben een kennissenkring waarin de streektaal overheerst. Dat kleurt je beeld in. Ik kom uit een dorp waarvan inwoners van mijn leeftijd alleen Nederlands spreken. Ik heb voor mijn studie vier jaar in Groningen gewoond en daar juist heel veel mensen ontmoet die het Gronings spraken. Op de Veluwe zijn mensen niet zo trots op hun moederstaal als in andere Nedersaksische streken. Daar ligt het accent meer op het zich ontwikkelen door goed Nederlands te spreken.”
In de tweede aflevering spreekt Susanne zich uit over de (on)mogelijkheden die zich aandienen bij pogingen om het dialect op de Veluwe te behouden.






