Jan Toebast uit Hattemerbroek.
Jan Toebast uit Hattemerbroek. Hanneke Bloemendaal

Rubriek 80 jaar vrijheid: ‘Een granaat trof het achterhuis, alle soldaten kwamen om het leven’

25 juni 2024 om 13:38 80jaarvrijheid

Jan Toebast woont al 70 jaar in Hattemerbroek, maar zijn geboortegrond is Elst, een dorp gelegen tussen Arnhem en Nijmegen. Hoe is het om op te groeien als er bommen vallen, als je zusje ternauwernood ontsnapt aan de dood, als de auto verstopt moet worden, als je meerdere keren je huis moet verlaten, als je nauwelijks naar school kunt en alles op de bon moet kopen?

Hanneke Bloemendaal

Hij heeft hem bewaard: de stamkaart waarop vermeld staat dat hij geboren is op 9 december 1931. Een tastbare herinnering aan de Tweede Wereldoorlog. Niet-tastbare herinneringen heeft de krasse 92-jarige ook. Volop. Hij heeft ze op papier gezet, niet alleen naar aanleiding van de oproep in deze krant met betrekking tot verhalen over WOII en de bevrijding, maar ook voor zijn familie. “De kinderen van mijn broer wilden graag een stamboom, ik had al veel in mappen zitten, dus toen heb ik er een boek van gemaakt.” 

Al bladerend komen de verhalen los. “Ik ben geboren in Elst, waar we een brood-, banketbakkerij en kruidenierszaak hadden. Voor de oorlog ventte mijn vader met de auto zijn waren in Nijmegen, maar toen de oorlog uitbrak moest de auto ingeleverd worden bij de Duitsers. Dat deed mijn vader niet: de auto werd verstopt onder het hooi bij de buren. Na de oorlog werd hij weer tevoorschijn gehaald! Ondertussen ventte mijn vader met paard en wagen.” Ook de radio werd verstopt. “Na de oorlog stond hij weer op zijn oude plekje.”

Er zijn een aantal data die in zijn geheugen gegrift staan. “Op 22 februari 1944 werd Nijmegen gebombardeerd door Amerikaanse vliegtuigen die de bommen kwijt moesten, omdat ze vanwege slecht zicht niet het juiste doel konden bereiken. Mijn vader zou die dag zijn paard door de smid in Nijmegen van nieuwe hoefijzers laten voorzien. We woonden echter ook naast een smid en de knecht zei dat hij dat wel wilde doen. Dat heeft het leven van mijn vader gered, want de smederij in Nijmegen werd die dag door bommen verwoest.” Hij vervolgt: “Ook 25 september 1944 vergeet ik nooit meer. Mijn moeder werd die dag 43 en wij moesten van het gezag Elst verlaten. Met paard en wagen vertrokken we naar vrienden van mijn ouders in Valburg. Op de deel van de boerderij verbleven veel Engelse soldaten (red. Elst werd in september 1944 al bevrijd). Midden in de nacht trof een granaat het achterhuis, alle soldaten kwamen om het leven.” Op zijn netvlies gebrand staat ook het moment waarop hij met zijn zus Gerda, het was halverwege 1944, bij de slager in het dorp een bestelling op moest halen. “Schuin tegenover de slager werden drie mensen gefusilleerd door de Duitsers, als represaille, omdat er een trein was aangevallen.”
Naar school werd er in de oorlogsjaren op en af gegaan. omdat het gebouw vaak gevorderd werd door de Duitsers. “Door de strenge winters was het er te koud, omdat er geen kolen voor de kachel waren.” Kattenkwaad werd er ook uitgehaald. “Carbid schieten was in de oorlog verboden, maar van de smid naast ons kregen we carbid dat we met oud en nieuw afschoten. Wij zijn toen met z’n drieën opgepakt door de politie. We moesten in een hoek gaan staan met de handen op de rug. Na 3 uur werden we vrijgelaten.”

Het huis waar Jan woonde werd ook getroffen door een Duitse granaat. “Het was gelukkig een blindganger, een sabotage granaat, die niet ontploft, maar wel veel schade veroorzaakt. Wij hoorden de granaat en vluchtten naar de kelder, maar vergaten ons zusje Willy mee te nemen. Ze was toen een half jaar en sliep in een sinaasappelkistje. Er lag na afloop gelukkig alleen maar puin rondom haar.”
Jan vertelt dat hij ook 7 maanden in Nijmegen heeft gewoond, omdat  de Betuwe onder water werd gezet. “Ik moest helpen aardappels schillen, afwassen en benzinekooktoestellen schoonmaken, want er werd gekookt voor 130 Engelse militairen.” De onderwaterzetting van de Betuwe vond plaats op 2 december 1944 (Operatie Ooievaar) om de geallieerden tegen te houden. “Toen we terug mochten, was ons huis één grote puinhoop en stond de kelder onder water. We zijn drie weken bezig geweest om alles weer netjes te maken.”

De bevrijding werd gevierd met een groot feest. “De exacte datum weet ik niet meer, wel dat er muziek was en iedereen de straat op ging.” 

Jaren later kwam Jan als dienstplichtig militair terecht in ‘t Harde. Hij ontmoette er Grietje Wolff uit Hattemerbroek. “Het was met 14 dagen bekeken”, lacht hij. “We trouwden in 1954 en gingen wonen in haar geboortedorp. Mijn vrouw is in 2021 overleden.”  

In aanloop naar 80 jaar vrijheid in 2025 publiceren wij een serie verhalen met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog en de Bevrijding.

Het bonnenboekje van Jan Toebast.
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant

advertentie
advertentie