
Rubriek 80 jaar vrijheid: ‘Zoals een vis niet kan verzuipen, heeft een boer nooit honger’
13 augustus 2024 om 06:00 80jaarvrijheidHenk Puttenstein is één jaar oud als de oorlog uitbreekt in Nederland. Hij woont dan in een boerderij in Kamperveen. Inmiddels staat de teller op 83 en de inwoner van, sinds jaar en dag, Oosterwolde weet zich nog van alles te herinneren uit de tijd dat de Duitsers het voor het zeggen hadden. “Ik hoor ze nog zo met de kolf van het geweer op de deur slaan. Dat vergeet je niet meer.”
Puttenstein heeft dusdanige belangstelling voor het onderwerp dat hij betrokken is bij de werkgroep die geregeld heeft dat er eerder dit jaar acht oorlogsmonumenten geplaatst zijn in de gemeente Oldebroek.
Barry Wensink
Het gezin Puttenstein bestond uit vader, moeder en liefst twaalf kinderen. “Ik zat in de middenmoot en weet ook nog dat we gelukkig nooit honger hebben geleden. Zoals een vis niet kan verzuipen, heeft een boer nooit honger. Bepaalde dingen komen zo weer boven. Bijvoorbeeld dat we verplicht een gordijn voor het raam boven de deur moesten hangen. Alles moest donker zijn.” Geluk bij een ongeluk was dat er begin jaren veertig al elektriciteit was in (dat deel van) Kamperveen. Bij de buren stond enige tijd een zogenaamde keukenwagen. We vragen wat dat precies was. “Zeg maar een mobiele keuken van de Duitsers. Daar kookten ze voor de soldaten. Denk aan brandnetelsoep. Mijn vader moest er soms verplicht een volle melkbus naar toe brengen. Dat moesten we dan afstaan.”
Puttenstein staat even op uit zijn stoel en haalt een glazen melkfles tevoorschijn. “In de oorlog hadden vrouwen vaak twee rokken aan. In de onderste zat dan een gordel, waarin ruimte was om stiekem vier melkflessen mee te smokkelen. Dat mocht niet van de Duitsers, maar je moest overleven.” Als deksel zit de verpakking van een pakje margarine om de bovenkant van de fles. Het blijft zitten, omdat er een elastiekje omheen zit. “Als je daar gewoon papier zou doen, gaat dat scheuren als het nat wordt van de melk.” Vervolgens pakt de inwoner van Oosterwolde een oude krant. Hij scheurt er een strook af en rolt het om een ei. “Zo verpakten ze vroeger de eieren. Dan gingen ze niet kapot. Vergeet niet dat eierdoosjes nog niet bestonden.”
Waar er op het platteland niet/nauwelijks honger was tijdens de oorlog, was dat in de grote steden anders. “Er kwam een keer een gezin uit Baarn lopend naar ons toe. Compleet met kinderwagen. Ze kwamen aardappelen halen en moesten natuurlijk ook weer helemaal teruglopen.”
Tal van producten waren lastig te verkrijgen in de oorlog en zo kon het gebeuren dat de familie Puttenstein een stuk weiland van pakweg 100 x 100 meter gebruikte om tabaksplanten te verbouwen. “Die werden wel twee meter hoog, hadden zachte bladeren en rode bloemen”, graaft de tachtiger in zijn geheugen. Het was in de tijd dat er in de boerderij een vleeskast aanwezig was. “Rond november werd een varken geslacht en het vlees werd gedroogd bij de houtkachel. Vervolgens bewaarde men dat in de vleeskast. Bij ons was er aan de achterkant een luik gemaakt, zodat er ruimte was waar één a twee personen zich konden verstoppen voor de Duitsers.”
![]()
Henk Puttenstein bij het monument in Oosterwolde. Foto: Barry Wensink
In een soort van schuur - Puttenstein spreekt van een wagenloods - werden vier à vijf onderduikers verstopt. “Ik weet dat ik met mijn moeder bij de voordeur stond en een Duitser zijn behoefte deed net naast die ruimte. Het is dat de onderduikers toen stil waren, anders waren ze zeker gepakt.” En verder: “De Duitsers vorderden zo ongeveer alles. Ze wilden ook een paard meenemen, maar het beest liep zo hard dat ze hem niet te pakken kregen.”
Regelmatig kwamen (gevechts)vliegen over en die verloren soms (een deel van) de lading. “We vonden een sigaarvormige kano die uit een vliegtuig was gedropt. Daar hebben we als kinderen mee gespeeld.” Ook stroken aluminium kwamen soms naar beneden geeft Puttenstein aan. “Dat werd bewust gedaan, omdat het voor storing op de radar zorgde.”
Inmiddels komen ‘souvenirs’ uit de oorlog tevoorschijn. Zo krijgen we uitleg over een soort van dolk. Zie bovenste foto. “Dat is een bajonet en die werd op een geweer geklikt en daarmee kon iemand doodgestoken worden.” We krijgen o.a. munitie, kleine delen van een bom en een stukje glas uit een vliegtuigraam te zien. “Dit spul is museumwaardig”, zegt Henk Puttenstein.
De tachtiger is van mening dat de oorlog in herinnering moet blijven en daarom is hij betrokken bij de werkgroep die aan de wieg stond van de monumenten die dit jaar geplaatst zijn. Op steenworp afstand van waar Puttenstein woont staat er ook eentje. ‘Crash Wellington MK.IC L7844, woensdag 16 oktober 19.40, 21.30 uur’, luidt de tekst op het monument. Het is ter herinnering aan het neerstorten van een Britse bommenwerper. Vier bemanningsleden kwamen om het leven. “Kinderen van de basisschool kwamen hier kijken en tijdens de herdenking waren ze doodstil. Prachtig was dat.”













