
Column Johan van de Worp: In de aanbieding…
17 november 2025 om 19:55 ColumnStel je bent als producent van een product door de rechter veroordeeld om het product niet langer te ‘produceren, vervaardigen, aanbieden, kopen, verkopen en leveren’, wat valt daar dan onder? Ter achtergrond: het product maakt volgens de rechter helaas inbreuk op het modelrecht van een andere fabrikant van een vergelijkbaar product. Je zou zeggen dat dit toch een duidelijk verbod is. Dat is ook het doel van een rechter. Het opgelegd verbod moet concreet en duidelijk zijn. Er wordt namelijk vrijwel altijd ook een dwangsom aan het verbod verbonden, die betaald moet worden als de veroordeelde partij zich er niet aan houdt. Wel is de rechter afhankelijk van wat de eisende partij vordert. Daarom beoordeelt de rechter de vorderingen van de eiser kritisch. Zijn bijvoorbeeld de grenzen van het gevorderde verbod concreet, duidelijk en meetbaar? Bij die beoordeling probeert de rechter aan alle mogelijke scenario’s te denken.
Toch blijven er situaties, waarvan je achteraf denkt: tja, zou de rechter ook deze situatie hebben bedoeld bij het opleggen van het verbod. Voor een veroordeelde partij heeft die onzekerheid risico’s, want het kan je stevig geld kosten als de dwangsommen verbeuren. Andersom kost het respecteren van het verbod natuurlijk ook geld. Dat verbod wil je zo beperkt mogelijk houden.
In een recente uitspraak kwam dit spanningsveld aan de orde. De veroordeelde partij was namelijk wel gestopt met produceren en verkopen van het product, maar op de website stonden nog afbeeldingen van het product. Op de landingspagina van de website en op de pagina waarop de producent een overzicht geeft van de door haar geproduceerde producten.
De veroordeelde producent gaf aan dat het product niet meer werd verkocht en geïnteresseerde partijen werd een ander product aangeboden. Toch oordeelde de rechter, een andere rechter dan die het verbod heeft opgelegd, dat hiermee het opgelegde verbod werd geschonden. De afbeeldingen van het product stonden dusdanig prominent op de website dat dit als een vorm van aanbieden moet worden gezien. De gevolgen waren enorm. Aan de veroordeling was namelijk een dwangsom verbonden van 25.000 euro per dag dat er sprake was van een schending van het verbod tot een maximum van 250.000 euro. Reken maar uit, je verlies.
Johan van de Worp uit Wezep is advocaat voor ondernemers.











