
Rubriek 80 jaar vrijheid: ‘Ik zie hem nóg zo liggen met zijn blauwe trui vol met kogelgaten’
25 oktober 2024 om 06:00 80jaarvrijheidWillem Bossenbroek (90) kan zich nog van alles herinneren over wat zich afspeelde in de Tweede Wereldoorlog. De inwoner van Doornspijk was dan ook zes jaar oud toen de Duitsers Nederland in bezit namen. “Op 10 mei 1940 liep een groep Nederlandse militairen richting de Grebbeberg om daar te gaan vechten. Ik weet nog goed dat ze langs het oude kerkhof over de Zuiderzeestraatweg richting Doornspijk liepen.”
Barry Wensink
We spreken ruim een uur met Bossenbroek. Zijn vrouw Janna (88), twee kilometer verderop geboren in Elburg, is ook van de partij en zij zorgt voor de nodige aanvullingen. De oorlog maakte indruk op het tweetal, hoewel het toen nog kinderen waren. “We speelden natuurlijk ook heel veel in die tijd. Of het nu oorlog was of niet.”
Willem Bossenbroek heeft voor het interview zijn huiswerk gedaan en een aantal punten genoteerd die hij voorbij laat komen. Zo stipt de Doornspijker de datum 9 april 1943 aan. “Toen is er een Lancaster bommenwerper neergestort in ‘t Goor; een weiland tussen Elburg en Doornspijk. Het gebeurde ‘s avonds om 23.00 uur. Het was een Engels toestel en die is door de Duitsers naar beneden geschoten. Er waren zeven bemanningsleden en die zijn allemaal omgekomen. Ik weet nog dat er vier in het weiland lagen en de piloot zat nog in de cockpit. Ik heb zijn vliegenierscap meegenomen, maar die heb ik later weggegooid. Er zat haar en hoofdhuid van de man in. Jammer dat ik dat het gedaan, want de zus van die piloot is hier later in huis geweest. Ze kwam met drie dochters uit Canada en ik ben met ze naar de plek geweest waar het toestel is neergestort. Ik baalde dat ik haar de cap niet kon geven.”
Bossenbroek gaat verder: “Wat ook bijzonder is: mijn opa ging iedere avond, voor het slapen gaan, even via de achterdeur naar buiten. Precies die ene dag nam hij de voordeur. Op datzelfde moment viel de propeller van het toestel net naast de achterdeur op de grond. Als hij het net als anders had gedaan, had hij dat niet kunnen navertellen. Hij is toen gespaard gebleven.”
Vorig jaar is een dochter van de zus van de piloot, oftewel een oomzegger, te gast geweest in Doornspijk. “We hebben op de begraafplaats gekeken en hebben samen geluncht. Haar man was er ook bij. Via Whatsapp hebben we regelmatig contact en ik heb meerdere keren dvd’s met beelden van herdenkingen naar Canada opgestuurd.”
Ook Janna Bossenbroek, het echtpaar is 64 jaar getrouwd, herinnert zich het neerstorten van het vliegtuig nog. “Ik lag met twee zussen in bed. In die tijd was dat, in grote gezinnen, heel normaal. Er kwam een brandend vliegtuig over en dat viel op, omdat er ‘s avonds nauwelijks licht was.” Ze weet ook te vertellen dat haar vader, die visser was, regelmatig lijken meenam die in het water dreven. “Het zijn allemaal mensen waar netjes voor gezorgd moet worden”, vertelde haar vader altijd.
We maken opnieuw een klein sprongetje in de tijd en gaan naar 10 oktober 1944. “Die dag was er een grote razzia. Ter hoogte van de Goorweg en de Zuiderzeestraatweg is alles afgezet en om de pakweg 25 meter stond een Duitser. Er is toen zeker honderd man opgepakt. Ze moesten lopend naar Zwolle en werden daar aan het werk gezet. Toen de razzia plaatsvond was een zwager van mij met een vriend hout aan het sprokkelen. Ze verstopten zich onder het blad in een sloot. Uiteindelijk zijn ze ondergedoken om zo de Duitsers te ontlopen. Mijn vader rende ook weg en verstopte zich bij een oom in de hooiberg.” Het was de dag waarop de toen nog kleine Willem Bossenbroek orgelles had.
In de hongerwinter 44/45 kwamen regelmatig mensen uit grote steden naar Doornspijk om eten te bemachtigen. “Die mensen noemden ze trekkers en vaak bleven ze overnachten. Met een volle maag en extra eten bij zich keerden ze huiswaarts.”
Wat de negentiger ook nog weet is dat aan het eind van de oorlog is ingebroken in het huis waar hij woonde met zijn familie. “Mijn ouders hoorden gestommel op zolder. Het bleken Duitsers te zijn en mijn vader was zó boos dat hij er eentje met een greep wilde neersteken. Toen kwamen Duitsers met hun geweren op hem af, maar het is goed afgelopen. Ze hebben wel een paar kippen meegenomen.”
De datum 18 april 1945 wordt genoemd. Het is een dag voor de bevrijding van Elburg en Doornspijk. Willem Bossenbroek: “Er was hier toen een jongen van 24 jaar uit Rotterdam. Hij werd gepakt door vier Nederlandse militairen in Duitse dienst, nadat hij de Duitsers de schuld gaf van het feit dat zoveel mensen honger hadden. Hij werd gemarteld en doodgeschoten en dat was op landgoed Klarenbeek. Ik zie hem nóg zo liggen met zijn blauwe trui vol met kogelgaten, want hij lag in het baarhuisje op het kerkhof tegenover ons huis. Hij is in Doornspijk begraven en later herbegraven op de militaire erebegraafplaats in Loenen.”











