
Jurjan Lipke uit Elburg houdt het kerkorgel springlevend
12 november 2025 om 12:00 AlgemeenHij staat al ruim 20 jaar met veel plezier voor de klas, maar het bleef toch knagen dat hij niet verder was gegaan in de muziek. De grote passie van Jurjan Lipke uit Elburg is geen alledaags instrument. “Het kerkorgel is niet alleen de koning onder de instrumenten, maar is ook onderdeel van ons nationaal erfgoed”, vertelt de basisschooldocent enthousiast. “Mijn eerste lessen kreeg ik toen ik negen was -van Wim Magré- en op mijn twaalfde zat ik achter het kerkorgel.”
Hanneke Bloemendaal
Vooral achter het orgel van de Grote Kerk in Elburg, waar hij hoofdorganist is, voelt Jurjan Lipke zich als een vis in het water.
“Het orgel raakt een beetje uit, maar het instrument boeit mij nog elke dag. Na de middelbare school twijfelde ik wat ik zou kiezen: de pabo of het conservatorium. Ik heb uiteindelijk gekozen voor de pabo, omdat onderwijs altijd nodig is. Sinds 2003 sta ik voor de klas, ik ben begonnen op de Wildemaet in Elburg en stapte na een jaar of twaalf over naar de Regenboog. Beide basisscholen vallen onder Stichting de Meent. Hoewel ik met heel veel plezier voor de klas sta, vond ik het toch jammer dat ik niet verder in de muziek ben gegaan. Daarom ben ik de cursus kerkmuziek gaan doen. Een aantal jaar later ben ik naar de Schumann Akademie gegaan, omdat je daar een opleiding naast je beroep kon doen. Zo heb ik in 2016 mijn bachelor docent orgel afgerond. In verband met het feit dat ik hoofdorganist van de Grote Kerk ben, heb ik in 2024 het diploma Kerkmuziek 2 behaald.”
In het kader van je bent nooit te oud om te leren, is de 43-jarige organist inmiddels begonnen met zijn master Kunsteducatie bij ArtEZ in Zwolle. “Het is een hele interessante en leerzame master. De basisschool is hiervoor een goede proeftuin. Ik kan veel toepassen van wat ik daar leer. Ben ook absoluut een voorstander van kunstvakken op school.”
De uitdaging is om al zijn bezigheden passend te krijgen (’de avonden houd ik vrij voor mijn gezin’), want naast docent op de basisschool en hoofdorganist van de Grote Kerk in Elburg (hij begeleidt de wekelijkse diensten en rouw- en trouwdiensten), is hij ook de vaste begeleider van koor Kavoca uit Kampen. Daarnaast begeleidt hij andere koren op projectbasis en geeft hij orgelles. “Daar is veel animo voor, zeker door volwassenen.”
Vier tot vijf keer per jaar geeft hij een soloconcert. Met het koor vaker. “Een soloconcert kost best veel voorbereidingstijd, omdat je de registers, de klanken, moet uitzoeken. Ook komt niet alle muziek in elke ruimte even goed tot zijn recht door de akoestiek. Het orgel van de Grote Kerk is prachtig als je voluit speelt, maar ik vind de hele zachte klanken, één of twee stemmen, ook heel mooi.” Om te vervolgen: “Soms is het wel eens jammer dat er weinig mensen bij zo’n concert zijn, maar ik ben wel zo reëel om te beseffen dat het simpelweg niet iedereen interesseert. Daarbij is een kerk met 1000 plekken nou eenmaal lastig vol te krijgen.” Dat de echte liefhebbers zeker komen, merkt hij aan de concerten die hij in het Nationaal Orgelmuseum geeft. “Die zitten altijd helemaal vol.”
Het genre dat hij speelt is voornamelijk klassiek, meestal kerkmuziek. “Ik houd van veel soorten muziek, bijvoorbeeld jazz en fado. Maar waar ik echt van kan genieten is klassieke muziek. Als ik een favoriete componist moet kiezen, dan is dat Bach.”
Op de vraag of hij iets wil laten horen, reageert hij bevestigend. “Even mijn orgelschoenen aan trekken.” Orgelschoenen? “Als organist moet je soms gebonden spelen, dat wil zeggen dat je de noten aan elkaar speelt. Dan is het handig als je een hak hebt. Met sneakers is het lastiger spelen. Ook moeten de schoenen zo nauw mogelijk zijn en geen rand hebben. Deze schoenen komen uit Amerika, daar is een fabriek die echte orgelschoenen maakt.” Vervolgens speelt hij ‘Christ, be our light’ van Dick Sanderman. Online te beluisteren op de websites van Huis aan Huis Elburg en Oldebroek.
Hij besluit: “Nederland heeft veel mooie en historische orgels en veel goede organisten. Er is ook veel interesse vanuit het buitenland, omdat het niveau hier heel hoog is. Gelukkig wordt de waarde van dit erfgoed ingezien en zijn er veel fondsen om oude orgels te onderhouden en te restaureren. Ik heb overigens ook veel bewondering voor Maarten Seijbel (red. oprichter van het Nationaal Orgelmuseum). Heel knap dat wat ooit begonnen is als een kleine opslagplaats, uitgegroeid is tot zo’n mooi museum. Als tiener had ik er een bijbaantje achter de balie. Later heb ik 8 jaar in het bestuur gezeten.” Bij vertrek wijst hij op de oude balgtreden die zich achter het orgel bevinden. “Vroeger gingen er twee man op die treden staan, tegenwoordig wordt het orgel elektrisch aangedreven.”
’












