
Menno Kalmann schrijft boek over zijn Joodse familie in Tweede Wereldoorlog
23 december 2025 om 17:00 MensenVoor een select gezelschap in het voormalige Kamp Westerbork presenteerde Menno Kalmann uit Elspeet zijn boek De Ruil, een indrukwekkend verhaal, geplaveid met vele bizarre wendingen, over zijn Joodse familie in de Tweede Wereldoorlog. Niet toevallig daar, want het was voor duizenden slachtoffers het voorportaal van de dood in een concentratiekamp.
Dick van der Veen
Speciaal voor NEOmedia trekt hij enkele uren uit om ons van dit unieke stuk geschiedenis deelgenoot te maken. “Mijn vader wilde na de oorlog niets kwijt aan zijn vrouw en vier kinderen over wat hij in de Tweede Wereldoorlog meemaakte. Totdat hij ongeneeslijk ziek werd en het van zich afschreef. Een verhaal met veel gaten en hiaten.
Hij werd in Duitsland geboren en kwam in 1933 met de dreiging van de oorlog naar Nederland. Maar de echte doorbraak bracht de postbode: een brief uit Israël, waarbij hij wit wegtrok. Ondertekend met de opmerking: ‘I am Michael, I am your son.’ Mijn vader ontplofte; mijn moeder vond het fantastisch en zei: “We gaan er naartoe.”
Mijn vader kwam als 19-jarige Joodse jongen in Nederland in contact met Ursula (Uschi), de Joodse dochter van de wereldberoemde schrijver Georg Hermann. Ze trouwden en kregen een kind, de net genoemde Michael. De twee lieten elkaar om moverende redenen al snel weer los. Mijn vader vond het met die razzia’s te gevaarlijk worden, vluchtte via België en Frankrijk naar Zwitserland. Ursula ging ervan uit dat ze een beroemde schrijver als haar vader niets zouden doen en bleef in Hilversum.
De brief bracht mij in extase. Een goede vriend zette me er toe aan een boek te schrijven. Ik had geen idee wat me te wachten stond. Door gesprekken met mijn halfbroer kreeg ik een uniek stuk geschiedenis in de schoot geworpen.
De kleine Michael bleef bij zijn moeder. Beide kwamen ze net als hun (groot)vader in Westerbork waar ze op een lijst stonden om naar Polen vervoerd te worden. Het nieuws druppelde in die tijd al een beetje door wat daar in de concentratiekampen gebeurde. Michael, toen 1,5 jaar oud, kreeg de avond voor vertrek tyfus. Daar waren de Duitsers heel beducht voor. Een moeder en kind onder de drie jaar wilde men niet uit elkaar trekken. Opa werd wel gedeporteerd. Hij kwam in de trein te overlijden. Ursula en Michael gingen uiteindelijk naar Bergen Belsen. Daar geen gaskamers, maar het lot voor de gevangenen was nog wreder. Ze moesten beestachtig hard werken, kregen geen voedsel en stierven een langzame dood.
In Zwitserland krijgt mijn vader te horen dat zijn ex-vrouw en zoontje in Polen gevangen zitten. Hij zocht contact met een Poolse diplomaat in Zwitserland. Hij kreeg het voor elkaar bij Himmler (leider van de SS) dat een uitruil van gevangenen plaatsvond waarbij moeder, kind en auteur Georg betrokken waren. Het tegenbod was vrijlating van Duitsers die in Palestina gevangen zaten. Himmler had in 1943 hard mensen nodig voor het Oostfront. Mijn vader wist niet dat de schrijver inmiddels al was overleden. Uschi op haar beurt heeft nooit geweten dat haar ex-man achter de ruil zat.
Via de contacten met mijn halfbroer hoorde ik dat Dinie, een 93-jarige vrouw die in Bergen Belsen in de keuken werkte, in een Israëlische kibboets woonde. Ik vloog er spoorslags naartoe en hoorde in 4,5 uur veel over wat er in het kamp gebeurde. Zij stal met gevaar voor eigen leven dagelijks suikerklontjes voor de ernstig verzwakte Michael en zette de moegestreden Ursula uit het hoofd om een einde aan haar leven te maken. Toen ik net terug was in Nederland, kreeg ik te horen dat Dinie was overleden. Het heeft zo moeten zijn. Dat gesprek met haar was een geschenk.”
Als we de auteur vragen naar wat de meeste indruk maakte, antwoordt hij na enig denken: “Dinie vertelde dat ze zich op enig moment moesten uitkleden en onder de douche werden gezet. Het was bekend wat daarvan de gevolgen zouden zijn. Maar uit de douches kwam water… Ik wilde van haar weten hoe ze het verhaal zo monter kon opdissen. Ze vroeg me of ik die muur niet zag. Nee, ik zag niets. ‘Nou, dat is de muur waar voor mij de scheiding ligt. Datgene aan de andere kant heb ik verbannen’, liet ze me weten.”
Kalmann begint het verhaal met een Joods jongetje in Duitsland dat van een vriendje hoort niet meer met hem te mogen spelen. ‘Jullie zijn zwijnen’, zei zijn vader hem… Het eerste boek werd in ontvangst genomen door Edwin de Vries, de schrijver van het script voor de musical Soldaat van Oranje. Hij heeft plannen om een achtdelige serie over de geschiedenis te maken. Dat kost tegen de 20 miljoen en het is moeilijk om dit bedrag bij elkaar te krijgen.











