
Oud-Oldebroeker Henri Ruitenberg kijkt heel openhartig terug op laatste Elfstedentocht
17 december 2021 om 16:52 LokaalOLDEBROEK De naam van oud-Oldebroeker Henri Ruitenberg (64) is onlosmakelijk verbonden aan de geschiedenis van de Elfstedentocht. Hij werd in een historisch gevecht met Evert van Benthem tweede in 1985, reikte een jaar later op gebroken ijzers naar een negende plaats en gleed in 1997 als laatste van zijn lichting op 40-jarige leeftijd nog naar 12e positie.
Alleen Coen de Koning overtrof Henri in Gelderland. Die won de Elstedentocht als inwoner van Arnhem in 1915 en deed dat in 1917, inmiddels verhuisd naar Etten-Leur, dunnetjes over. Het verhaal van Henri is in vele opzichten echter uniek. Hij nam al nooit een blad voor de mond en voelt zich 25 jaar later ook vrij om ons een kijkje achter de schermen te gunnen.
,,Eind jaren zeventig van de vorige eeuw werd ik door Dries van Wijhe, wie kent ‘m niet, gek gemaakt voor de schaatssport. Ik voetbalde in het negende van OWIOS, maar Dries zag kennelijk dat ik me als recreant ook aardig op de ijzers voortbewoog. Ik werd lid van DSO in Epe met als trainer Jan Post. Schaatsen ging best lekker, ik maakte grote sprongen. Al snel reed ik een vijf kilometer en niet zoveel later de marathon. Deze jongen raakte helemaal verslaafd aan het schaatsen.”
In 1985 eindelijk weer een Elfstedentocht. Je zat als 28-jarige in de kracht van je leven
,,Ik spreek je niet tegen. Op dat moment won ik veel wedstrijden, zoals de prestigieuze Heineken Zesdaags en werd Nederlands kampioen op natuurijs. Het laat zich verstaan dat ze in Leeuwarden mij als één van de favorieten bestempelden. Het verhaal is bekend. We bleven met vier man over. Jos Niesten, Jan Kooiman en naast mij de nog redelijk onbekende Evert van Benthem. Ik klopte hem in wedstrijden over 100 kilometer. Nee, die Niesten en Kooiman waren de jongens die ik in de gaten moest houden.
,,Ik zie nog zo de laatste bocht voor me. De streep leek niet zo ver meer. Henri jongen, dacht ik, nu vol gas! Ik reed Niesten en Kooiman los. Alleen die taaie Van Benthem bleef volgen. De streep bleek verder weg dan gedacht. Zo’n 500 meter. Ik had op het ultieme moment mijn kruit verschoten. Tweede dus. Pas later besefte wat voor een verschil dat maakt.”
Je kon met al die mannen goed overweg?
,,Het ging toen nog niet om het grote geld. Kijk, die tweede plek van 1985 kun je niet vergelijken met de tweede plek van Erik Hulzebosch in 1997. Maar dat was natuurlijk ook een apart mens. Een ras entertainer, die na een marathon zo een fles cognac pakte en dat sterk spul naar binnen klokte.
,,Niesten wilde graag een marathon in zijn eigen omgeving winnen. Of ik daaraan mee wilde werken. Nee, onder geen beding, want ik zat in een flow en dacht alleen maar aan triomferen. Halverwege die wedstrijd plaatste Jos een demarrage. Ik kon hem met geen mogelijkheid volgen. Hij won met grote voorsprong. Na afloop kwam hij bij me en wilde met me afrekenen. Daar kwam niets van in. Hij was gewoon te sterk die dag. Ik zie nog zijn gezicht vol ongeloof.”
In 1986 de revanche van Ruitenberg, dacht iedereen.
,,Mooi niet. Het was heel slecht ijs. Een aantal van ons schafte nieuwe Krienbühl schaatsen aan. Dat was een verkeerde keuze. Hilbert van der Duim en Andries Kasper liepen averij op en ik brak een ijzer na 40 kilometer. Een man of zeven ging er vandoor. Rein Jonker was één van hen. Een beer van een kerel, die constant op kop reed. Van Benthem kon zich achter hem verschuilen. Toen Jonker viel was het pleit beslecht. Begrijp me goed, ik ding niets af op de prestatie van Evert. Hij was één van de weinigen die na 200 kilometer nog energie over had. En daar hebben we ons allemaal op stuk gebeten.”
In 1987 zou het voor het derde jaar achtereen aangaan.
,,Daar noem je wat. Het was allemaal teveel van het goede. Er ontstond een plan voor een panoramatocht waarvoor tien kanshebbers werden uitgenodigd. Maar de Friezen lieten weten dat ze iedereen van het ijs zouden schoppen. De een na de ander haakte af. Alleen Hilbert van der Duim, Dries van Wijhe en ik bleven over. Maar dat was te weinig om het te laten doorgaan. En een Friese knuppel in de nek was ook geen lekker vooruitzicht.”
En dan wordt het 1997.
,,Om nooit te vergeten. Op de avond voor de wedstrijd belde KPN met het verzoek om tijdens de wedstrijd de zware voorloper van het mobieltje ‘aan boord’ te nemen. Mijn broer René en ik zouden 25.000 gulden mogen verdelen. Ze wilden een fragment van de NOS kopen waarin René en ik met elkaar belden. Ze wilden het mobiele telefoonverkeer daarmee in de lift zetten. Toen ik erop aandrong dat ieder van ons 25.000 moest ontvangen hapten ze gelijk toe. Een half uur later belde een concurrerende maatschappij. Er had dus meer ingezeten.
,,Overigens waren die dingen met antennes erop al na een aantal valpartijen aan diggelen. We moesten natuurlijk wel in de kopgroep blijven. Want alleen die kwam op de televisie. Op enig moment haalde René dat wat de telefoon over was gebleven naar zijn oor. Herbert Dijkstra van de NOS concludeerde dat hij contact met de ploegleider zocht. Dat fragment is een jaar lang als reclame door de ether gegaan.”
Dan de tocht zelf.
,,Ik voelde me goed. Reed achter Fausto Marreiros die een mijnlamp op zijn hoofd had. We sloegen een groot gat. Op enig moment sloten mensen aan. Jan Bakker, Yep Kramer, Arnold Stam, Erik Hulzebosch en Henk Angenent om maar wat te noemen. De bedoeling was dat ik de sprint voor René aan zou trekken. Op enig moment miste ik mijn broer. Waar bleef ie nou? Voorin werd gedemarreerd. Aan die telefoons hadden we niets. René bleek onderuit te zijn gegaan en kwam tussen de wielen van de quad van de NOS terecht. We konden het schudden. Ik werd twaalf. René dertiende. Een ongeluksgetal, zo bleek, want hij had net als Piet Kleine een stempelpost gemist en kreeg het begeerde Elfstedenkruisje dus niet.”
Binnenkort dus 4 januari
,,Dan hebben we doorgaans een reünie. Zal niet doorgaan. Ik ben altijd benieuwd wie van de twee er bij is: Angenent of Hulzebosch. Die twee lusten elkaar niet. Ik heb nog tot mijn 48ste meegedraaid. Skeeleren en schaatsen. Het publiek vijf rijen dik aan de kant.
Vorig jaar liet ik me nog verleiden tot een toertocht op het Veluwemeer. Man man, na 10 kilometer was ik kapot. Ik ging een paar keer onderuit. Een klein meisje boog zich over me heen en vroeg of opa zich zeer had gedaan! Een dag later heb ik mijn schaatsen verkocht via Marktplaats. Ik heb mijn lidmaatschap voor de Elftsteden ook opgezegd.
Tegenwoordig houd ik schapen, een leuke hobby. Een Elfstedentocht? Dan moet het drie weken hard vriezen. Geloof jij het? Het is mooi geweest.”
Dick van der Veen






